Ga naar de hoofdcontent Pijl naar beneden icoon
Judith Winnen

Judith Winnen

communicatieadviseur

Ik, een patiënt?

Na een drukke werkdag zit ik in de auto op weg naar huis. Rijden kan ik het niet noemen, voor de zoveelste keer sta ik muurvast op de A27.

Ik neem een slok water, stel mijn binnenspiegel bij, rommel wat aan de knopjes op het dashboard en steek mijn hand in de zak dropjes naast me. Dan hoor ik op de radio dat 1 op de 4 Nederlanders een hersenziekte heeft, zoals een psychische aandoening, dementie of migraine. “En dat heeft een enorme impact op de patiënt zelf én zijn omgeving”, vertelt de radiostem mij.

Wacht eens even, noemde hij migraine nou een hersenziekte? Ben ik een patiënt?

Je ziet op een illustratie in zwarte inkt en aquarelverf twee mensen op het strand. Een man staat rechtop in het zand en heeft één hand op de schouder van een vrouw in een rolstoel. We zien hen van achteren. Voor hen strekt de zee zich uit met twee vrachtschepen aan de horizon. Er vliegen ruim 20 rode ballonnen los door de lucht. Grote en kleine. Op de grote ballonnen lezen we: cliënt, patiënt, gehandicapte, met ’n uitdaging en pechvogel. De twee mensen hebben ieder één ballon vast waarop het woord Mens geschreven staat.
Illustratie: Leontine Hoogeweegen, www.tienstekenlab.nl

Stel, je móet kiezen

Alle communicatiemensen in de zorg slaken een zucht als je ze ernaar vraagt: ‘hoe noem jij jullie doelgroep?’ De eeuwige discussie zonder goed antwoord zorgt voor frustratie en verdeeldheid. Patiënt, cliënt, klant, iemand met een handicap, beperking of uitdaging: alle varianten worden gebruikt en alle varianten voelen altijd als een compromis. De discussie is nooit klaar, er is er altijd iemand ontevreden. Lang niet altijd onterecht. Maar op een bepaald moment moet je toch echt voorbij de semantische discussie om aan de slag te kunnen voor je achterban.

‘Beste mpckbgmn’

Natuurlijk worstel ook ik hier professioneel mee. We hebben er in de communicatie van PGOsupport keuzes in gemaakt, maar die stellen we zelf net zo vaak weer ter discussie. De patiëntenorganisaties die wij ondersteunen, hebben immers ook keuzes gemaakt in hoe zij hun achterban tegemoet treden. Ieder met eigen – en even begrijpelijke – argumenten. En wij willen hen met onze communicatie allemaal aanspreken. Kan dat dan wel? Grappend stelde Joos Vaessens onlangs voor om daarom ‘voor het gemak’ voortaan maar ‘mpckbgmn’ te gebruiken in onze communicatie – menspatiëntcliëntklantburgergehandicaptemantelzorgernaaste.

Geen enkele kapstok voldoet

Maar hoe belangrijk zo’n keuze is om mensen met je communicatie te bereiken, voel ik sinds die autorit pas écht. Terwijl ik al jarenlang werk met en voor zorg- en patiëntenorganisaties, weet wat hersenziekten zijn en met mijn migraine eens in de zoveel tijd bij de dokter aan tafel zit. Maar dat ik een patiënt ben met een ziekte ontdek ik nu pas, na 15 jaar leven met migraine.

Dat ik een patiënt ben met een ziekte ontdek ik nu pas, na 15 jaar leven met migraine.

Welke informatie heb ik nog meer gemist terwijl die wel voor mij bedoeld was? Ben ik nu ook ‘iemand met een beperking’? Zo voel ik me niet. Wat de keuze voor de juiste benaming van je doelgroep zo complex én belangrijk maakt, is dat het écht uitmaakt wie je wilt bereiken – op individueel niveau. Dat kan van mens tot mens verschillen. En daarom is er ook geen enkele ‘kapstok-oplossing’ die het enige juiste antwoord geeft op die eeuwigdurende patiënt-cliënt-klant-discussie.

Deuren tot hetzelfde huis

Ik kan leven met het feit dat ik door anderen gelabeld word als ‘patiënt’ of ‘mens met een beperking’, als ik daarmee dan de informatie en ondersteuning krijg die voor mij relevant zijn. Dat gebeurt immers in het dagelijks leven gemerkt of ongemerkt toch wel. De Albert Heijn noemt mij bijvoorbeeld een klant, als ik daar mijn boodschappen doe of als ze mij een reclamefolder sturen. Prima. Ik vind het belangrijker dat ik de boodschappen en service krijg die bij dat label horen.

Wat ik maar wil zeggen: welke benaming je ook kiest voor mensen met uitdagingen, beperkingen, valkuilen of tegenwind in alle maten en vormen, het zijn allemaal deuren tot hetzelfde huis. En of de deur waar jij met je boodschap voor staat wordt geopend, hangt af van de mens die erin woont. Hoe zijn pet die dag staat bijvoorbeeld. Of hij wel zin heeft om op dat moment die deur open te doen en of hij dat überhaupt zelf kán. Patiënten zijn immers niet óók nog mens, maar altijd éérst mens. Patiëntenorganisaties weten dat als geen ander.

Patiënten zijn immers niet óók nog mens, maar altijd éérst mens. Patiëntenorganisaties weten dat als geen ander.

Daarom is het naar mijn idee veel belangrijker dat zij ernaar streven om hun achterban en hun speelveld op dát niveau te bereiken. Niet die grote kapstok proberen te timmeren voor je gehele achterban, maar iedereen zijn eigen haakje geven: Dan hangen mensen graag hun jas bij je op.

Wij sleutelen graag met je mee aan zo’n prachtige garderobe!

Heb je een communicatievraagstuk?

Ik denk graag met je mee!