Ga naar de hoofdcontent Pijl naar beneden icoon
Gevolgen coronamaatregelen voor onze dienstverlening

Participatie-ateliers inspireren én ondersteunen het betrekken van inwoners

Health Hub Utrecht (HHU), een netwerkorganisatie van kennis-, zorg- en welzijnspartijen, wil dat elke Utrechter in 2030 gezond en gelukkig is. Dat lukt niet zonder participatie van inwoners en/of cliënten. Maar hoe betrek je deze?

Eva Vroonland, adviseur patiëntenparticipatie bij PGOsupport, en Amete van den Berg, Service Designer bij Ideate, helpen 4 HHU-projecten op weg in het ‘participatie-atelier’. Het doel is concrete stappen maken in het samenwerken met inwoners. Zodat straks ook andere HHU-deelnemers hiervan kunnen profiteren.

Organisaties willen juist graag samenwerken met inwoners. Maar ze weten niet hoe.

Amete van den Berg, Service Designer bij Ideate

Beter samenwerken met inwoners

“Het is geen kwestie van niet wíllen”, zegt Amete. “Zeker niet. Organisaties willen juist graag samenwerken met inwoners. Het staat bij iedereen op de agenda. Maar ze weten niet hoe. Ze zijn onwennig.” Voor Health Hub Utrecht reden genoeg om een ondersteuningsproject te starten: Beter samenwerken met inwoners. Want om in 2030 alle Utrechters gezond en gelukkig te hebben, moet die samenwerking echt van de grond komen.

“We zijn begonnen met een inventarisatie”, vertelt Eva. “Om een overzicht te krijgen van wat de HHU-partijen nu aan participatie doen. Wat gaat goed, waar lopen ze tegenaan en wat willen ze liever anders of nog meer doen. Ook bewonersorganisaties hebben we gesproken.” Al die informatie brachten Eva en Amete samen. Met als doel handvatten te ontwikkelen, zoals een toolkit en trainingen.

Theorie, praktische handvatten én uitwisseling

Het beeld dat ontstond liet echter een iets andere behoefte zien. “Zeker, organisaties willen graag kennis en praktische handvatten”, vervolgt Eva. “Want ze hebben veel vragen. Zoals ‘Hoe spreek ik iemand aan?’ en ‘Wanneer heb ik genoeg mensen gesproken?’ en ‘Heb ik wel de juiste respondenten?’.”

Deze onzekerheden zijn voor organisaties nu vaak een obstakel om met participatie te beginnen. Een toolkit en trainingen kunnen daarbij helpen. “Maar organisaties hebben óók behoefte aan uitwisseling met elkaar. En ze willen praktisch op weg worden geholpen. Zo zijn we op het idee van het participatie-atelier gekomen.”

Onzekerheden zijn voor organisaties nu vaak een obstakel om met participatie te beginnen.

Het participatie-atelier biedt die gewenste mix tussen theorie, praktische handvatten en uitwisseling. Vier HHU-projecten – waaraan soms meerdere organisaties meewerken – gaan in 3 bijeenkomsten van een halve dag aan de slag met hun eigen projecten. Onder begeleiding van Eva en Amete. De eerste 2 bijeenkomsten zijn al geweest. Bijeenkomst 3 vindt eind september 2021 plaats. Dan kijken de deelnemers met elkaar terug hoe ze hun plannen in praktijk hebben gebracht. En kijken ze vooruit hoe ze de participatie tijdens de rest van hun project kunnen en willen voortzetten.

Niet samenwerken om het samenwerken

De organisaties die aan het participatie-atelier meedoen, zijn professionele organisaties. “Geen inwoners dus”, zegt Amete. “Dat is een bewuste keuze. Allereerst omdat inwonersplatforms geen deelnemer van het HHU-netwerk zijn. Maar ook omdat we bestaande HHU-projecten verder willen helpen. We ondersteunen de betrokken organisaties in de manier waarop ze met inwoners kunnen samenwerken. Om samen belangrijke vraagstukken aan te pakken.”

Inwoners willen alleen participeren als het bijdraagt aan iets wat zij als belangrijk ervaren. Dit kan verschillen van de ambitie van een organisatie.

Eva illustreert het met een voorbeeld. “Uit de gesprekken met de inwonersplatforms bleek dat organisaties inwoners vaak consulteren over een ‘organisatievraagstuk’. Ze denken vanuit hun eigen systeem. Terwijl inwoners liever uitgaan van hún behoefte. Bijvoorbeeld wat is nodig in onze wijk?” Zo kunnen misverstanden en spraakverwarring ontstaan en dat leidt tot een kloof. “Want voor inwoners voelt het alsof ze even mogen meedenken over een vraagstuk dat niet van hen is, waarna de organisatie er weer mee verder gaat”, vult Amete aan. “Een gevoel dat versterkt wordt als organisaties vergeten een terugkoppeling te geven, wat nog wel eens gebeurt.”

Eva: “Inwoners willen niet samenwerken om het samenwerken. Ze willen het alleen als het bijdraagt aan iets wat zij als belangrijk ervaren. Dit kan verschillen van de ambitie van een organisatie.”

Tips en tricks

Die terugkoppeling is een tip van Eva en Amete. Zo hebben ze meer tips en tricks. Zoals inwoners al in een vroeg stadium te betrekken. Eva: “Organisaties willen het graag goed doen. En de participatie zo vormgeven dat het aansluit bij de inwoners. Maar daar komen ze vaak niet uit. Ze schrijven dan eerst een projectplan, met geformuleerde doelen en resultaten. Wij raden organisaties aan om al tijdens het schrijven van het plan met inwoners samen te werken. Door met inwoners te praten over waar het project over moet gaan, en of en hoe ze kunnen samenwerken.”

“Maar dat moet je wel durven”, voegt Amete toe. “Je moet niet bang zijn dat mensen je dom vinden. Als professional hoef je echt niet alles te weten.” “En je moet de regie een beetje uit handen durven geven”, vervolgt Eva. “Als je input vraagt, moet je ook bereid zijn er iets mee te doen.”

Je moet niet bang zijn dat mensen je dom vinden. Als professional hoef je echt niet alles te weten.

Ook een tip: kijk goed naar wie de doelgroep van je project is. “Dat zijn niet altijd álle inwoners van Utrecht. Vaak gaat het om een afgebakende groep. Zoals cliënten van een zorginstelling of bewoners van één wijk. En de ene keer wil je individuen spreken, de andere keer een vertegenwoordiging van een groep. Denk aan de wijkcoöperatie of een belangenorganisatie. Bedenk dus eerst met wie je wilt samenwerken. En vervolgens hoe je met deze mensen in contact komt.”

Participatie vanzelfsprekender maken

Echte co-creatie leidt vaak tot verrassende resultaten. Maar helaas bijt dat nog weleens met de eisen van de subsidieaanvraag. “Als je een aanvraag doet, moet je meestal al aangeven wat het resultaat is”, legt Eva uit. “Bij co-creatie weet je wel iets – een richting – maar lang niet alles. Die ruimte moet je krijgen. Nu worden projecten afgewezen omdat de aanvragers het resultaat onvoldoende kunnen benoemen.”

Zo zijn er allerlei redenen waarom participatie niet van de grond komt. Daarom zijn Eva en Amete blij dat de deelnemers van het participatie-atelier al in de eerste bijeenkomst kritische vragen aan elkaar stelden. “De uitwisseling kwam direct los. Dat is mooi, want organisaties kunnen echt veel van elkaar leren. Het is een duurzame manier om participatie vanzelfsprekender te maken. Vanuit de gedachte dat deze organisaties hun ervaringen ook met andere HHU-partijen gaan delen.”

“Voor nu zijn wij tevreden als de deelnemers van het participatie-atelier elkaar leren kennen en weten te vinden”, besluit Amete. “En meer tools in handen hebben om participatie vorm te geven. Zo willen we een beweging in gang zetten.”

Meer weten over de participatie-ateliers?

Eva Vroonland praat er graag met je over door!

Stuur Eva een e-mail